bought a car
een auto gekocht
bought some food
wat eten gekocht
bought new shoes
nieuwe schoenen gekocht
bought online
online gekocht
bought tickets
kaartjes gekocht
bought a gift
een cadeau gekocht
bought it cheap
het goedkoop gekocht
bought yesterday
gisteren gekocht
bought last week
vorige week gekocht
i bought a new car last week.
Ik heb vorige week een nieuwe auto gekocht.
she bought a beautiful dress for the party.
Ze kocht een prachtige jurk voor het feest.
they bought a house in the countryside.
Ze kochten een huis op het platteland.
he bought a gift for his mother's birthday.
Hij kocht een cadeau voor de verjaardag van zijn moeder.
we bought groceries for the week.
We kochten boodschappen voor de week.
she bought a ticket to the concert.
Ze kocht een kaartje voor het concert.
i bought some flowers for my friend.
Ik kocht wat bloemen voor mijn vriend.
they bought a new laptop for work.
Ze kochten een nieuwe laptop voor het werk.
he bought a book that he had wanted for a long time.
Hij kocht een boek dat hij al lange tijd wilde.
we bought snacks for the movie night.
We kochten snacks voor de filmavond.
bought a car
een auto gekocht
bought some food
wat eten gekocht
bought new shoes
nieuwe schoenen gekocht
bought online
online gekocht
bought tickets
kaartjes gekocht
bought a gift
een cadeau gekocht
bought it cheap
het goedkoop gekocht
bought yesterday
gisteren gekocht
bought last week
vorige week gekocht
i bought a new car last week.
Ik heb vorige week een nieuwe auto gekocht.
she bought a beautiful dress for the party.
Ze kocht een prachtige jurk voor het feest.
they bought a house in the countryside.
Ze kochten een huis op het platteland.
he bought a gift for his mother's birthday.
Hij kocht een cadeau voor de verjaardag van zijn moeder.
we bought groceries for the week.
We kochten boodschappen voor de week.
she bought a ticket to the concert.
Ze kocht een kaartje voor het concert.
i bought some flowers for my friend.
Ik kocht wat bloemen voor mijn vriend.
they bought a new laptop for work.
Ze kochten een nieuwe laptop voor het werk.
he bought a book that he had wanted for a long time.
Hij kocht een boek dat hij al lange tijd wilde.
we bought snacks for the movie night.
We kochten snacks voor de filmavond.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu