pictured here
hier afgebeeld
as pictured
zoals afgebeeld
pictured above
zoals hierboven afgebeeld
not pictured
niet afgebeeld
pictured below
zoals hieronder afgebeeld
pictured together
samen afgebeeld
pictured clearly
duidelijk afgebeeld
pictured vividly
levendig afgebeeld
frequently pictured
vaak afgebeeld
often pictured
regelmatig afgebeeld
she pictured herself living in a big city.
ze stelde zich voor dat ze in een grote stad woonde.
he pictured the scene vividly in his mind.
hij stelde zich de scène levendig voor in zijn gedachten.
they pictured a future filled with happiness.
zij stelden zich een toekomst voor vol geluk.
can you picture what life will be like in ten years?
kun je je voorstellen hoe het leven zal zijn over tien jaar?
she pictured the perfect wedding day.
ze stelde zich de perfecte bruidsdag voor.
he pictured himself as a successful artist.
hij stelde zich voor als een succesvol kunstenaar.
they pictured the mountains covered in snow.
zij stelden zich de bergen voor bedekt met sneeuw.
can you picture the joy on her face?
kun je je voorstellen hoe blij ze was?
he pictured the moment he would graduate.
hij stelde zich het moment voor waarop hij zou afstuderen.
she pictured a cozy evening by the fireplace.
ze stelde zich een gezellige avond bij de open haard voor.
pictured here
hier afgebeeld
as pictured
zoals afgebeeld
pictured above
zoals hierboven afgebeeld
not pictured
niet afgebeeld
pictured below
zoals hieronder afgebeeld
pictured together
samen afgebeeld
pictured clearly
duidelijk afgebeeld
pictured vividly
levendig afgebeeld
frequently pictured
vaak afgebeeld
often pictured
regelmatig afgebeeld
she pictured herself living in a big city.
ze stelde zich voor dat ze in een grote stad woonde.
he pictured the scene vividly in his mind.
hij stelde zich de scène levendig voor in zijn gedachten.
they pictured a future filled with happiness.
zij stelden zich een toekomst voor vol geluk.
can you picture what life will be like in ten years?
kun je je voorstellen hoe het leven zal zijn over tien jaar?
she pictured the perfect wedding day.
ze stelde zich de perfecte bruidsdag voor.
he pictured himself as a successful artist.
hij stelde zich voor als een succesvol kunstenaar.
they pictured the mountains covered in snow.
zij stelden zich de bergen voor bedekt met sneeuw.
can you picture the joy on her face?
kun je je voorstellen hoe blij ze was?
he pictured the moment he would graduate.
hij stelde zich het moment voor waarop hij zou afstuderen.
she pictured a cozy evening by the fireplace.
ze stelde zich een gezellige avond bij de open haard voor.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu