he supposes
hij veronderstelt
she supposes
zij veronderstelt
it supposes
het veronderstelt
they supposes
zij veronderstellen
who supposes
wie veronderstelt
that supposes
dat veronderstelt
this supposes
dit veronderstelt
what supposes
wat veronderstelt
when supposes
wanneer veronderstelt
where supposes
waar veronderstelt
she supposes that he will arrive late.
zij veronderstelt dat hij te laat zal aankomen.
he supposes it will rain tomorrow.
hij veronderstelt dat het morgen zal regenen.
the teacher supposes the students have completed their homework.
de leraar veronderstelt dat de studenten hun huiswerk hebben afgemaakt.
they suppose that the project will be finished by next week.
zij veronderstellen dat het project volgende week afgerond zal zijn.
she supposes he is telling the truth.
zij veronderstelt dat hij de waarheid vertelt.
he supposes that everyone knows the rules.
hij veronderstelt dat iedereen de regels kent.
we suppose that the meeting will start on time.
wij veronderstellen dat de vergadering op tijd zal beginnen.
she supposes that they will agree with her decision.
zij veronderstelt dat ze het met haar beslissing eens zullen zijn.
he supposes she has already left for the day.
hij veronderstelt dat zij de dag al vertrokken is.
they suppose the new policy will improve productivity.
zij veronderstellen dat het nieuwe beleid de productiviteit zal verbeteren.
he supposes
hij veronderstelt
she supposes
zij veronderstelt
it supposes
het veronderstelt
they supposes
zij veronderstellen
who supposes
wie veronderstelt
that supposes
dat veronderstelt
this supposes
dit veronderstelt
what supposes
wat veronderstelt
when supposes
wanneer veronderstelt
where supposes
waar veronderstelt
she supposes that he will arrive late.
zij veronderstelt dat hij te laat zal aankomen.
he supposes it will rain tomorrow.
hij veronderstelt dat het morgen zal regenen.
the teacher supposes the students have completed their homework.
de leraar veronderstelt dat de studenten hun huiswerk hebben afgemaakt.
they suppose that the project will be finished by next week.
zij veronderstellen dat het project volgende week afgerond zal zijn.
she supposes he is telling the truth.
zij veronderstelt dat hij de waarheid vertelt.
he supposes that everyone knows the rules.
hij veronderstelt dat iedereen de regels kent.
we suppose that the meeting will start on time.
wij veronderstellen dat de vergadering op tijd zal beginnen.
she supposes that they will agree with her decision.
zij veronderstelt dat ze het met haar beslissing eens zullen zijn.
he supposes she has already left for the day.
hij veronderstelt dat zij de dag al vertrokken is.
they suppose the new policy will improve productivity.
zij veronderstellen dat het nieuwe beleid de productiviteit zal verbeteren.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu