wanderingly lost
doelloos ronddwalend
wanderingly aimless
doelloos ronddwalend
wanderingly drifting
ronddrijvend
wanderingly exploring
verkennend ronddwalend
wanderingly searching
zoekend ronddwalend
wanderingly thinking
denkend ronddwalend
wanderingly dreaming
dromend ronddwalend
wanderingly gazing
rondom zich kijkend
wanderingly walking
ronddwalend wandelend
wanderingly moving
ronddwalend bewegend
he wandered through the park, wanderingly observing the beauty around him.
hij dwaalde door het park, doelloos kijkend naar de schoonheid om hem heen.
she spoke wanderingly about her dreams and aspirations.
zij sprak doelloos over haar dromen en ambities.
the dog wandered wanderingly in the yard, sniffing everything.
de hond dwaalde doelloos rond in de tuin, snuffelend aan alles.
he stared wanderingly at the clouds, lost in thought.
hij staarde doelloos naar de wolken, verdwaald in gedachten.
they wandered wanderingly through the streets, enjoying the sights.
zij dwaalden doelloos door de straten, genietend van het uitzicht.
her mind wandered wanderingly during the lecture, drifting to unrelated topics.
haar gedachten dwaalden doelloos tijdens de lezing, afdrijvend naar niet-gerelateerde onderwerpen.
the artist painted wanderingly, letting inspiration guide his brush.
de kunstenaar schilderde doelloos, en liet inspiratie zijn penseel leiden.
he walked wanderingly along the beach, collecting seashells.
hij liep doelloos langs het strand, en verzamelde schelpen.
she wrote wanderingly in her journal, capturing her fleeting thoughts.
zij schreef doelloos in haar dagboek, en ving haar vluchtige gedachten in.
they wandered wanderingly through the museum, taking in the exhibits.
zij dwaalden doelloos door het museum, en namen de tentoonstellingen in zich op.
wanderingly lost
doelloos ronddwalend
wanderingly aimless
doelloos ronddwalend
wanderingly drifting
ronddrijvend
wanderingly exploring
verkennend ronddwalend
wanderingly searching
zoekend ronddwalend
wanderingly thinking
denkend ronddwalend
wanderingly dreaming
dromend ronddwalend
wanderingly gazing
rondom zich kijkend
wanderingly walking
ronddwalend wandelend
wanderingly moving
ronddwalend bewegend
he wandered through the park, wanderingly observing the beauty around him.
hij dwaalde door het park, doelloos kijkend naar de schoonheid om hem heen.
she spoke wanderingly about her dreams and aspirations.
zij sprak doelloos over haar dromen en ambities.
the dog wandered wanderingly in the yard, sniffing everything.
de hond dwaalde doelloos rond in de tuin, snuffelend aan alles.
he stared wanderingly at the clouds, lost in thought.
hij staarde doelloos naar de wolken, verdwaald in gedachten.
they wandered wanderingly through the streets, enjoying the sights.
zij dwaalden doelloos door de straten, genietend van het uitzicht.
her mind wandered wanderingly during the lecture, drifting to unrelated topics.
haar gedachten dwaalden doelloos tijdens de lezing, afdrijvend naar niet-gerelateerde onderwerpen.
the artist painted wanderingly, letting inspiration guide his brush.
de kunstenaar schilderde doelloos, en liet inspiratie zijn penseel leiden.
he walked wanderingly along the beach, collecting seashells.
hij liep doelloos langs het strand, en verzamelde schelpen.
she wrote wanderingly in her journal, capturing her fleeting thoughts.
zij schreef doelloos in haar dagboek, en ving haar vluchtige gedachten in.
they wandered wanderingly through the museum, taking in the exhibits.
zij dwaalden doelloos door het museum, en namen de tentoonstellingen in zich op.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu