| Plural | affirmers |
affirmer of faith
bevestiger van geloof
strong affirmer
sterke bevestiger
self-affirmer
zelfbevestiger
be an affirmer
wees een bevestiger
the lawyer sought to affirm the client's innocence with compelling evidence.
De advocaat probeerde de onschuld van de cliënt te bevestigen met overtuigende bewijzen.
we need to affirm our commitment to sustainable practices.
Wij moeten ons engagement voor duurzame praktijken bevestigen.
the judge affirmed the lower court's ruling.
De rechter bevestigde de uitspraak van de lagere rechter.
it's important to affirm a child's self-esteem.
Het is belangrijk om het zelfbeeld van een kind te bevestigen.
the company affirmed its dedication to innovation.
De maatschappij bevestigde haar toewijding aan innovatie.
the research findings affirm the initial hypothesis.
De onderzoeksresultaten bevestigen de initiële hypothese.
she wanted to affirm her support for the new initiative.
Zij wilde haar steun voor het nieuwe initiatief bevestigen.
the board of directors affirmed the ceo's leadership.
De raad van bestuur bevestigde de leiderschap van de CEO.
the scientist sought to affirm the theory with experimental data.
De wetenschapper probeerde de theorie te bevestigen met experimentele gegevens.
the politician affirmed his belief in the importance of education.
De politicus bevestigde zijn geloof in de belangrijkheid van onderwijs.
the team worked to affirm the project's viability.
Het team werkte om de haalbaarheid van het project te bevestigen.
affirmer of faith
bevestiger van geloof
strong affirmer
sterke bevestiger
self-affirmer
zelfbevestiger
be an affirmer
wees een bevestiger
the lawyer sought to affirm the client's innocence with compelling evidence.
De advocaat probeerde de onschuld van de cliënt te bevestigen met overtuigende bewijzen.
we need to affirm our commitment to sustainable practices.
Wij moeten ons engagement voor duurzame praktijken bevestigen.
the judge affirmed the lower court's ruling.
De rechter bevestigde de uitspraak van de lagere rechter.
it's important to affirm a child's self-esteem.
Het is belangrijk om het zelfbeeld van een kind te bevestigen.
the company affirmed its dedication to innovation.
De maatschappij bevestigde haar toewijding aan innovatie.
the research findings affirm the initial hypothesis.
De onderzoeksresultaten bevestigen de initiële hypothese.
she wanted to affirm her support for the new initiative.
Zij wilde haar steun voor het nieuwe initiatief bevestigen.
the board of directors affirmed the ceo's leadership.
De raad van bestuur bevestigde de leiderschap van de CEO.
the scientist sought to affirm the theory with experimental data.
De wetenschapper probeerde de theorie te bevestigen met experimentele gegevens.
the politician affirmed his belief in the importance of education.
De politicus bevestigde zijn geloof in de belangrijkheid van onderwijs.
the team worked to affirm the project's viability.
Het team werkte om de haalbaarheid van het project te bevestigen.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu