single-syllable word
eensyllabisch woord
single-syllable sound
eensyllabisch geluid
containing single-syllables
met eensyllabische woorden
single-syllable rhythm
eensyllabische ritme
used single-syllables
gebruikte eensyllabische woorden
single-syllable phrases
eensyllabische zinnen
single-syllable emphasis
eensyllabische nadruk
single-syllable structure
eensyllabische structuur
single-syllable lines
eensyllabische regels
single-syllable pattern
eensyllabisch patroon
the dog had a long nap in the sun.
De hond had een lange dut in de zon.
she felt a sharp pain in her leg.
Zij voelde een scherpe pijn in haar been.
he took a deep breath and started to run.
Hij nam een diepe ademhaal en begon te lopen.
the child had a small toy car.
De kind had een klein speelgoedautootje.
they had a brief discussion about the plan.
Zij hadden een korte discussie over het plan.
the task seemed quite hard at first.
De taak leek aanvankelijk vrij moeilijk.
he sent a quick text to his friend.
Hij stuurde een snelle tekst naar zijn vriend.
she had a strong feeling about the outcome.
Zij had een sterk gevoel over het resultaat.
the room was dark and cold.
De kamer was donker en koud.
he made a bold move in the game.
Hij maakte een dappere zet in het spel.
she had a soft spot for stray animals.
Zij had een zacht plekje voor straatdieren.
the path was steep and rocky.
De weg was steil en rotsig.
single-syllable word
eensyllabisch woord
single-syllable sound
eensyllabisch geluid
containing single-syllables
met eensyllabische woorden
single-syllable rhythm
eensyllabische ritme
used single-syllables
gebruikte eensyllabische woorden
single-syllable phrases
eensyllabische zinnen
single-syllable emphasis
eensyllabische nadruk
single-syllable structure
eensyllabische structuur
single-syllable lines
eensyllabische regels
single-syllable pattern
eensyllabisch patroon
the dog had a long nap in the sun.
De hond had een lange dut in de zon.
she felt a sharp pain in her leg.
Zij voelde een scherpe pijn in haar been.
he took a deep breath and started to run.
Hij nam een diepe ademhaal en begon te lopen.
the child had a small toy car.
De kind had een klein speelgoedautootje.
they had a brief discussion about the plan.
Zij hadden een korte discussie over het plan.
the task seemed quite hard at first.
De taak leek aanvankelijk vrij moeilijk.
he sent a quick text to his friend.
Hij stuurde een snelle tekst naar zijn vriend.
she had a strong feeling about the outcome.
Zij had een sterk gevoel over het resultaat.
the room was dark and cold.
De kamer was donker en koud.
he made a bold move in the game.
Hij maakte een dappere zet in het spel.
she had a soft spot for stray animals.
Zij had een zacht plekje voor straatdieren.
the path was steep and rocky.
De weg was steil en rotsig.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu