| Plural | stammerings |
stammering nervously
nerveus stotterend
stammering speech
stotterende spraak
stopped stammering
stopte met stotteren
stammering child
stotterend kind
stammering through
doorheen stotterend
stammering voice
stotterende stem
after stammering
na het stotteren
stammering slightly
licht stotterend
stammering now
nu stotterend
stammering loudly
luid stotterend
he was stammering nervously before the large audience.
Hij stamelde nerveus voor het grote publiek.
the boy was stammering when trying to read aloud.
De jongen stamelde toen hij probeerde hardop te lezen.
despite stammering, she managed to deliver a powerful speech.
Ondanks dat ze stamelde, wist ze een krachtige toespraak te geven.
he started stammering as he realized the gravity of the situation.
Hij begon te stotteren toen hij zich realiseerde hoe ernstig de situatie was.
the interviewer noticed him stammering slightly during the question.
De interviewer merkte dat hij een beetje stamelde tijdens de vraag.
she tried to remain calm, despite stammering a little.
Ze probeerde kalm te blijven, ondanks dat ze een beetje stamelde.
his stammering worsened when he was under pressure.
Zijn stotteren werd erger wanneer hij onder druk stond.
the child's stammering made it difficult to understand him.
Het stotteren van het kind maakte het moeilijk om hem te begrijpen.
she patiently waited while he was stammering to explain.
Ze wachtte geduldig terwijl hij stamelde om uit te leggen.
he used to stammer badly in his younger years.
Hij stamelde vroeger erg veel in zijn jongere jaren.
the therapist helped him overcome his stammering.
De therapeut hielp hem om zijn stotteren te overwinnen.
stammering nervously
nerveus stotterend
stammering speech
stotterende spraak
stopped stammering
stopte met stotteren
stammering child
stotterend kind
stammering through
doorheen stotterend
stammering voice
stotterende stem
after stammering
na het stotteren
stammering slightly
licht stotterend
stammering now
nu stotterend
stammering loudly
luid stotterend
he was stammering nervously before the large audience.
Hij stamelde nerveus voor het grote publiek.
the boy was stammering when trying to read aloud.
De jongen stamelde toen hij probeerde hardop te lezen.
despite stammering, she managed to deliver a powerful speech.
Ondanks dat ze stamelde, wist ze een krachtige toespraak te geven.
he started stammering as he realized the gravity of the situation.
Hij begon te stotteren toen hij zich realiseerde hoe ernstig de situatie was.
the interviewer noticed him stammering slightly during the question.
De interviewer merkte dat hij een beetje stamelde tijdens de vraag.
she tried to remain calm, despite stammering a little.
Ze probeerde kalm te blijven, ondanks dat ze een beetje stamelde.
his stammering worsened when he was under pressure.
Zijn stotteren werd erger wanneer hij onder druk stond.
the child's stammering made it difficult to understand him.
Het stotteren van het kind maakte het moeilijk om hem te begrijpen.
she patiently waited while he was stammering to explain.
Ze wachtte geduldig terwijl hij stamelde om uit te leggen.
he used to stammer badly in his younger years.
Hij stamelde vroeger erg veel in zijn jongere jaren.
the therapist helped him overcome his stammering.
De therapeut hielp hem om zijn stotteren te overwinnen.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu