he surmises
hij vermoedt
she surmises
zij vermoedt
they surmise
zij vermoeden
it surmises
het vermoedt
surmises suggest
vermoedens suggereren
surmises indicate
vermoedens duiden op
surmises reveal
vermoedens onthullen
surmises point
vermoedens wijzen op
surmises about
vermoedens over
surmises made
vermoedens gemaakt
she surmises that he will arrive late.
zij vermoedt dat hij te laat zal aankomen.
he often surmises the reasons behind her actions.
hij vermoedt vaak de redenen achter haar acties.
the detective surmises that the case is more complicated than it seems.
de detective vermoedt dat de zaak ingewikkelder is dan het lijkt.
they surmise that the meeting will be postponed.
zij vermoeden dat de vergadering zal worden uitgesteld.
she surmises he is hiding something from her.
zij vermoedt dat hij iets voor haar achterhoudt.
he surmises that the weather will improve tomorrow.
hij vermoedt dat het weer morgen zal verbeteren.
the teacher surmises that the students are not prepared for the exam.
de leraar vermoedt dat de studenten niet voor het examen voorbereid zijn.
she surmises that the project will be successful.
zij vermoedt dat het project succesvol zal zijn.
they surmise that the new policy will benefit the community.
zij vermoeden dat het nieuwe beleid de gemeenschap ten goede zal komen.
he surmises that she is upset about something.
hij vermoedt dat ze over iets boos is.
he surmises
hij vermoedt
she surmises
zij vermoedt
they surmise
zij vermoeden
it surmises
het vermoedt
surmises suggest
vermoedens suggereren
surmises indicate
vermoedens duiden op
surmises reveal
vermoedens onthullen
surmises point
vermoedens wijzen op
surmises about
vermoedens over
surmises made
vermoedens gemaakt
she surmises that he will arrive late.
zij vermoedt dat hij te laat zal aankomen.
he often surmises the reasons behind her actions.
hij vermoedt vaak de redenen achter haar acties.
the detective surmises that the case is more complicated than it seems.
de detective vermoedt dat de zaak ingewikkelder is dan het lijkt.
they surmise that the meeting will be postponed.
zij vermoeden dat de vergadering zal worden uitgesteld.
she surmises he is hiding something from her.
zij vermoedt dat hij iets voor haar achterhoudt.
he surmises that the weather will improve tomorrow.
hij vermoedt dat het weer morgen zal verbeteren.
the teacher surmises that the students are not prepared for the exam.
de leraar vermoedt dat de studenten niet voor het examen voorbereid zijn.
she surmises that the project will be successful.
zij vermoedt dat het project succesvol zal zijn.
they surmise that the new policy will benefit the community.
zij vermoeden dat het nieuwe beleid de gemeenschap ten goede zal komen.
he surmises that she is upset about something.
hij vermoedt dat ze over iets boos is.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu